Vóór-tijdens en na het lezen
Vóór het lezen
- Waarom ga ik de tekst lezen
- Hoe ziet de tekst eruit?
- Let op de titel en de plaatjes
- Welke soort tekst is het?
- Welke leesmanier kies je?
Je kunt jezelf ok een vraag stellen en op zoek gaan naar het antwoord.
Tijdens het lezen
- Begrijp je alle woorden en zinnen?
- Let op de verwijswoorden en signaalwoorden
- Zie je een bepaalde tekstopbouw?
- Let steeds op wat de bedoeling is van de schrijver (A4)
- Lees 'tussen de regels'. Bedoelt de schrijver iets anders dat hij schrijft?
Na het lezen
Wat ga je met de informatie doen die je gelezen hebt?
- Vragen beantwoorden
- Een samenvatting maken
- Ik gebruik het voor een werkstuk of een presentatie
- Ik moet de moeilijke woorden leren
De betekenis van Nederlandse woorden leer je door strategie A6 (woordbegrip) toe te passen.
Deze manier kun je ook toepassen op Engelse en Franse woorden. Kijk maar eens op de volgende sites.